|
Hoofdstuk 7
Vers 4 N.B.G.-vertaling
Het eerste geleek op een leeuw, en het had adelaarsvleugels. Terwijl
ik bleef toezien, werden het de vleugels uitgerukt, en werd het van
de grond opgeheven en op twee voeten overeind gezet als een mens, en
het werd een mensenhart gegeven.
Vers 4 Statenvertaling
Het eerste was als een leeuw, en het had arendsvleugelen; ik zag toe,
totdat zijn vleugelen uitgeplukt waren, en het werd van de aarde opgeheven,
en op de voeten gesteld, gelijk een mensch, en aan hetzelve werd eens
menschen hart gegeven.
Vers 4 N.I.V.-vertaling
Het eerste was gelijk een leeuw en het had vleugels van een arend. Ik
zag toe totdat zijn vleugels waren afgerukt en het werd opgeheven van
de grond, zodat het rechtop stond op twee voeten, gelijk een mens en
het hart van een mens werd het gegeven.
Vers 4 Grondtekst
de-eerste gelijk-leeuw en-vleugels van arend tot-haar toekijkende ik-was
tot-aan dat/datgene zij-waren-gerukt-af vleugels-van-haar en-zij-was-opgeheven/
opgetrokken vanuit de-grond/aarde en-op twee-voeten gelijk-mens zij-was-gezet/opgericht
en-hart-van mens hij-was-gegeven tot-haar
Vers 4a
de-eerste gelijk-leeuw en-vleugels van arend tot-haar
Het eerste dier lijkt niet in meer of mindere mate op een leeuw. Het is gelijk-leeuw,
dat is een leeuw gelijk. Het enige voorbehoud dat het dier niet tot een leeuw
verklaart is, dat het tevens vleugels heeft en dat klopt natuurlijk niet met
het origineel.
Het woordje en leidt in tot de mededeling, dat de leeuw tevens vleugels had.
Dat leidt dus een tegenstelling in ten opzichte van de gestalte van een echte
leeuw, dus lezen we maar.
We lezen:
De eerste zag eruit als een leeuw, maar had arendsvleugels
Vers 4b
toekijkende/gadeslaan ik-was
Algemeen vertaalt men hier met ik zag toe, maar dat dekt de betekenis van
de Aramese tekst niet goed af. De NIVIHEOT gebruikt hier terecht het engelse
woord watching. Dat is het actief bestuderen of bekijken van iets, dat sterk
de interesse wekt. Helaas hebben we daar geen goed Nederlands woord voor,
wel een aantal synoniemen. Bijvoorbeeld: geboeid, gebiologeerd, gefascineerd,
scherp of oplettend toekijken, maar ook: nauwlettend in het oog houden.
(Leupold, pagina 287 / Walvoord, pagina 153)
We lezen: Gefascineerd keek ik toe
Vers 4c
tot-aan dat/datgene zij-waren-gerukt-af vleugels-van-haar
De woorden tot-aan dat/datgene overzien het gehele proces van het afrukken
van de vleugels. We kunnen dus met dat vertalen, wat tevens een goed lopende
zin oplevert.
Het woordje haar kan ook het of zijn betekenen, al naargelang van de context.
Het ziet hier op het eerste beest, dus vertalen we zijn vleugels.
We lezen:
dat zijn vleugels werden afgerukt
Vers 4d
en-zij-was-opgeheven/opgetrokken vanuit de-grond/aarde
Het woordje zij ziet natuurlijk op het beest, we vertalen daarom met het.
De meeste vertalers lezen hier: het werd van de grond opgericht en op twee
voeten overeind gezet, of iets dergelijks. Maar, dat staat er niet.
De Masoretentekst leest hier: zij werd weggenomen van de aarde. Die mogelijkheid
biedt de grondtekst ook en is veel logischer. Want een mededeling, dat het
eerste beest rechtopgezet werd of van de grond opgeheven (vers 4d, N.B.G.-vertaling)
en vervolgens op twee voeten overeind gezet (vers 4e), doet heel onnatuurlijk
aan.
In de voorgaande N.B.G.-vertaling zegt de tekst, in feite, tweemaal hetzelfde,
wat geen nut heeft. Bovendien staat die vertaling te ver van de grondtekst,
want daar staat opgeheven/opgetrokken vanuit de-grond/aarde. Dat duidt op
een beweging van de aardeweg, dus is weggenomen inderdaad de juiste vertaling.
(Goldberg, pagina 195 / Hartman, pagina 205 / Rashi / Rosenberg, pagina 62)
We lezen:
en het werd weggenomen van de aarde
Vers 4e
en-op twee-voeten gelijk-mens zij-was-gezet/opgericht en-hart-van mens
hij-was-gegeven tot-haar
Het woordje en leidt een volgende gebeurtenis in en draagt de betekenis van
daarna of toen.
We lezen:
Toen werd het op twee voeten gezet, zoals een mens en het werd een
mensenhart gegeven.
De gehele zin:
De eerste zag eruit als een leeuw, maar had arendsvleugels. Gefascineerd
keek ik toe, dat zijn vleugels werden afgerukt en het werd weggenomen
van de aarde. Toen werd het op twee voeten gezet, zoals een mens en
het werd een mensenhart gegeven.
We geven nu een passage weer uit de bespreking van hoofdstuk 2; De exegese
Vers 4a
De eerste zag eruit als een leeuw, maar had arendsvleugels.
De leeuw vertegenwoordigt algemeen de koninklijke macht. Geen koningshuis
siert zijn wapen met een slang of een schorpioen. Het aantal gevallen echter
dat we leeuwen in heraldische wapens zien afgebeeld is enorm. De gevleugelde
leeuw was een bekend beeld in Babylon. Ze stonden, onder andere, bij de toegangen
tot de koninklijke paleizen.
Het Babylonische rijk
Het eerste wereldrijk in hoofdstuk 2 was het Babylonische. Dat is het hier
ook. Dat rijk had onder koning Nebukadnezar vleugels, want het veroverde in
korte tijd een groot wereldrijk. Bovendien domineerde dit rijk kunst en wetenschap
en ook daarin vinden we de koninklijke grandeur, die de leeuw vertegenwoordigt,
terug. De leeuw symboliseert tevens de persoon van koning Nebukadnezar, zoals
uit Jeremia 4:7 blijkt. Hij verwoestte het land Juda en de tempel en was aldus
onbewust de uitvoerder van Gods strafgericht over Juda.
Voor veel joodse wijzen (onder andere Ramban en Abarbanel) vormt vers 4a tevens
de vervulling van de profetie van Deuteronomium 28:49, waar staat geschreven:
De Here zal tegen u doen aanrukken een volk, dat van verre komt, van het einde
der aarde, zoals een arend aanzweeft.
Vers 4b
Gefascineerd keek ik toe, dat zijn vleugels werden afgerukt en het werd
weggenomen van de aarde.
Na koning Nebukadnezar was het snel gedaan met de grootheid van Babylon. De
tekst zegt: zijn vleugels werden afgerukt en dat klopt precies, want het rijk
verviel en ging korte tijd na zijn dood ten onder (en het werd weggenomen
van de aarde).
Ondergegaan door eigen zwakheid
Deze laatste mededeling missen we bij de volgende beesten. Joodse geleerden
verklaren dat als volgt: Babylon ging ten onder aan zijn eigen zwakheid, niet
omdat het Medisch-Perzische rijk zo sterk was. In feite vonden er maar weinig
veldslagen plaats en de hoofdstad Babel viel vrijwel zonder strijd.
Dat laatste kan zeker niet gezegd worden van de opvolgende rijken. Alexander
de Grote vond geen zwak Medisch-Perzisch rijk tegenover zich, maar bevocht
de zege in een serie bittere veldslagen, waarin zijn genie de doorslag gaf.
Ook de opvolging van het Griekse rijk door het Romeinse werd gekenmerkt door
grimmige, bloedige oorlogen en besloeg een aanzienlijk aantal jaren.
het werd weggenomen van de aarde
Dit is een ongewone mededeling. Het is zeker niet een traditionele omschrijving
van het einde van een wereldrijk. Het lijkt er sterk op, dat het, dat is het
Babylonische rijk van de aarde wordt verwijderd. Dat is niet de staat Babylon,
maar z'n religieuze systeem, de Babylonreligie.
Vers 4c
Toen werd het op twee voeten gezet, zoals een mens en het werd een mensenhart
gegeven.
Dit gedeelte van vers 4 is wat moeilijker te verstaan. De tekst suggereert
dat na de ondergang van het Babylonische wereldrijk, het eerste beest weer
wordt opgericht. Tevens staat er, dat dit beest intelligentie wordt gegeven,
want dat is de traditionele betekenis van het tweede zinsdeel.
Buchanan heeft hier een opvallende mening. Hij spreekt van: dit demonische
karakter (van het eerste beest) werd getransformeerd in een menselijke verschijning.
Daarmee slaat hij (wellicht ongewild) de spijker op z'n kop. De tekst spreekt
namelijk over een herleving van de Babylonreligie. De leiders daarvan zullen
de antichrist en de valse profeet zijn.
(Buchanan, pagina 170)
Excurs 12: Herleving van de Babylonreligie 1
In de Eindtijd, zo leren we uit het boek Openbaring, zal de Babylonreligie
herleven. Dat zal zijn in de vorm van een wereldkerk die onder de directe
controle van de antichrist, dus satan, zal staan. Deze valse kerk, onder leiding
van de valse profeet, die versmelten zal met het rijk van de antichrist zal
velen tot verderf leiden. Haar verderfelijke invloed zal zelfs zo groot zijn
dat het moment van haar val tot grote vreugde in de hemel leidt.
Liefst drie complete hoofdstukken wijdt de apostel Johannes aan dit gebeuren.
Hoofdstuk 14:8 kondigt haar val aan. Openbaring 17 en 18 behandelen oordeel
en val en hoofdstuk 19 bevat het lied op de val van Babylon.
Hoofdstuk 7:4 geeft dus sterke aanwijzingen dat het eerste beest dat aanvankelijk
het Babylonische rijk voorstelde, weer tot leven komt. Dan echter als een
typering van een verderfelijke wereldreligie en het koninkrijk van de antichrist.
Dat bevestigt Openbaring 17:3b (N.B.G.)
En het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond
en het vaart ten verderve;
En ook:
als zij zien, dat het beest was, en niet is en er toch zal zijn.
Het beest, dat was en weer zal zijn
Het beest dat eens was (Daniël 7:4a), toen verdween (is niet, Daniël
7:4b) en in de toekomst weer zal opkomen (= Daniël 7:4c), blijkt uit
de afgrond (een synoniem voor de hel) te komen.
In zowel Daniël 7 als in Openbaring 13:1 is sprake van een beest uit
de zee. In Openbaring 13:1 draagt het beest echter tien horens en zeven koppen.
Dat doet sterk aan het vierde dier van Daniël 7:7 denken. Toch is het
ook het eerste, tweede en derde beest, want het beest uit Openbaring 13:2
verenigt alle eigenschappen van de vier beesten uit Daniël 7 in zich:
En het beest, dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn poten als van een
beer en zijn muil als de muil van een leeuw.
Het beest krijgt een mensenhart (Daniël 7:4c). Dat is een menselijke
geest. Dat doet ons vanzelf bij Openbaring 13:15 belanden, waar geschreven
staat:
En hem werd gegeven om aan het beeld van het beest een geest te schenken,
zodat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het
beeld van het beest niet aanbaden, gedood werden.
Conclusie
De overeenkomsten tussen Daniël 7:4 en Openbaring 13:2 en 17:3 zijn niet
te negeren. Het laatste koninkrijk der mensen verenigt alle negatieve eigenschappen
van de vier dieren uit Daniël 7 in zich. Het zal dus een verschrikkelijk
koninkrijk zijn dat ongehoorde vernietiging zal brengen.
Het zal duidelijk zijn dat ook Daniël 7:4b spreekt van de Eindtijd, als
de heerschappij van de antichrist, samen met de Babylonreligie onder leiding
van de valse profeet, de wereld naar z'n donkerste uur zal voeren.
Excurs 13: De Babylonreligie 2
Een profetische uitspraak
De joodse geleerde Malbim doet over Daniël 7:8 een profetische uitspraak:
Daarin zal hij (de elfde horen) een eind maken aan de verering van afgoden,
welke tot dan de heersende waren geweest.
Hij spreekt daarin, zonder het te weten, over de komende antichrist. (Goldwurm,
pagina 211)
De kleine horen (vers 8), die tot een grote en dominante horen uitgroeit,
is een type van de antichrist en zijn rijk. Deze zal inderdaad alle oude
godsdienst' afschaffen en de Babylonreligie instellen, onder leiding van de
valse profeet. Over die afgodendienst spreekt de apostel Johannes in Openbaring
13:15
En hem (het beest uit de aarde) werd gegeven om aan het beeld van het beest
een geest te schenken, zodat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken,
dat allen, die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood werden.
De elfde horen blijkt machtig te worden (schoot daartussen op), want zijn
komst brengt drie van de tien horens ten val (ontworteld). Drie van de tien
horens verzetten zich dus tegen de elfde horen als hij een greep naar de macht
doet (Daniël 7:8 en 24). Zij worden vernietigd, dus blijven er zeven
over. De elfde horen, die opschoot tussen de andere tien, is daarmee de achtste
geworden.
Aanvullende informatie vinden we in Openbaring 17:11 (N.B.G.)
En het beest, dat was en niet is, is zelf ook de achtste, maar het is uit
de zeven en het vaart ten verderve.
De resterende zeven blijken de (groot geworden) kleine horen wel te steunen
en zelfs voort te brengen (het is uit de zeven).
De achtste
Opvallend is dat ook in voorgaande teksten, de satan, als de grote imitator
van Jezus Christus, weer nadrukkelijk naar voren komt. Want deze duivelse
achtste, is de tegenvoeter van een andere achtste, Jezus Christus, de Messias.
We vinden Hem in Micha 5:4 (grondtekst):
Dan zullen zeven herders tegen hem opgewekt worden; ja zelfs een achtste,
als leiders der mensheid!
Die hemelse achtste is de grote Zoon van David, die zelf de achtste zoon uit
het gezin van Kis was, 1 Samuël 16:10-13. (Voor verdere uitleg: Van de
Weerd, De profeet Micha.)
In Openbaring 12:3 wordt over de kleine horen die groot wordt en drie andere
horens ontwortelt, nog meer informatie gegeven:
En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak
met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen.
De draak, dat is de Satan. Zijn verschijningsvorm, zoals in Openbaring omschreven,
als hij op de aarde geworpen wordt (Openbaring 12:4), heeft opvallende overeenkomsten
met de gegevens die we in Daniël:7 vinden. Het maakt eens te meer duidelijk
dat de laatste fase van het Romeinse Rijk een duivelse creatie is.
|