De Profeet Hosea, luxe uitgave / gebonden met kneep / 459 pagina's
ISBN/EAN 978-90-811410-3-1 / Uitgegeven door PMI boeken; € 39,50

De profeet Hosea
Hosea is een boek dat – mits de Hebreeuwse grondtekst nauwgezet gevolgd wordt (daar mankeert het in veel vertalingen aan) – de lezer van de ene verbazing in de andere doet vallen. Het spreekt namelijk van een gepassioneerde liefdesrelatie tussen God en het volk Israël, maar ook over het verdriet van God als het tot een breuk komt. Daarin geeft Hosea een dramatisering van het karakter van de Almachtige. En ondanks dat dit in menselijke begrippen gebeurt en daarom beperkt is, worden ons zo heilige zaken onthuld.
Het boek Hosea is eschatologisch van aard. Het geeft verrassend veel informatie vrij over toekomstige gebeurtenissen. Daarin spreekt het vooral over het lot van de tien stammen van Israël en tevens over hun zegenrijke bestemming. Al die gegevens blijken (voorzover ze tot op heden vervuld zijn) zo perfect in overeenstemming met de geschiedenis, dat Gods hand op elke bladzijde van het boek zichtbaar wordt.

De profeet Hosea zelf doet zich kennen als een warme persoonlijkheid. Daarin is hij een type, waarin iets (naar menselijke maat gemeten) van het karakter van de Eeuwige door- schemert. Hosea is een ontroerend mooi boek, waarin we woorden des levens vinden. James Boice noemt het daarom terecht het op één na mooiste verhaal in de Bijbel. Het mooiste blijft natuurlijk de geschiedenis van Jezus Christus.

De wachtkamer van de geschiedenis
In het boek Hosea zet de Almachtige tien van de twaalf stammen (dat is Israël, later Efraïm genaamd, naar de grootste stam) resoluut aan de kant. Zo plaats hij hen in de ‘wachtkamer van de geschiedenis’. Ze verliezen hun identiteit, de bijzondere band met Jahweh en de kennis van hun uiteindelijke heilrijke bestemming. Wat overblijft zijn stammen, families of volken, die lukraak verstrooid over de wereld wonen. Die slechts de wetenschap gemeen hebben, dat zij ergens wortels hebben in het volk Israël. Die soms nog enige Mozaïsche gebruiken handhaven en/of Jahweh dienen (hoewel zeer gebrekkig); en… beweren af te stammen van het oude volk. De tien stammen hebben bijna alle kennis over hun hoge afkomst verloren. Ze weten slechts dat ze ‘anders zijn’. De enige die hen weet te vinden is God zelf, want Hij plaatste hen in de wachtkamer van de geschiedenis. Hij is ook degene die eens de deur van die wachtkamer zal opendoen, want dat moet gebeuren, zo zegt de profetie!

Gods heilige Naam is in het geding
De ondergang van Israël vormt een onduldbare smet op de reputatie van de Almachtige. De profeet Ezechiël spreekt daarover in hoofdstuk 36:20 (Grondtekst 1):

Maar waarheen zij ook onder de heidenvolken gingen, daar schonden zij mijn heilige naam. Want er werd van hen gezegd: Deze zijn het volk van Jahweh, toch hebben zij Zijn land verlaten. En Ik maakte Mij zorgen om mijn heilige naam, die zij – het huis van Israël – onder de heidenvolken schonden, waarheen zij ook gingen.

Het volk Israël moet dus terug naar het land Kanaän om die smaad weg te nemen. Nu is er een probleem. Er bestaan twee verschillende volksdelen: Joden (de stammen Juda en Benjamin) en Israëlieten (de overige tien stammen).

De Joden zijn een gemakkelijk herkenbaar volk. Sinds ruwweg het jaar 1900 zijn zij begonnen terug te keren naar het beloofde land. Echter van de tien stammen weten we maar heel weinig. Het lijkt erop dat zij in de nevelen van de geschiedenis zijn verdwenen. Ezechiël 37:19 2) voorzegt echter, onmiskenbaar, de uiteindelijk terugkeer van de tien stammen en de vereniging met Juda/Benjamin tot één volk:

Zeg dan tot hen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Ziet! Ik zal het houten paneel van Jozef nemen - dat in de hand van Efraïm is - en de (tien) stammen van Israël, zijn metgezellen. Dan zal Ik die bij de ander voegen - het houten paneel van Juda - en Ik zal hen tot één houten paneel maken. Zo zullen zij één worden in mijn hand.

En Ezechiël 36:24, grondtekst1):

Ik zal u uit de heidenvolken te voorschijn brengen (Israël) en Ik zal u verzamelen uit alle landen (Juda) en Ik zal u terugbrengen naar uw eigen land.

(1) Weerd, De Profeet Ezechiël, Deel 2, pagina 343-345 / 2) Weerd, De Profeet Ezechiël, Deel 2, pagina 337)

Het volk Israël werd als kaf uitgestrooid (Hosea 13:3) en ging op in de volken. Maar, zij worden in de Eindtijd weer zichtbaar gemaakt (te voorschijn brengen). Dat proces is in onze dagen begonnen. Want heden melden zich volken uit India, China en Afrika, die zeggen van Israël af te stammen. Telugu Joden (Efraïm); B’ney Menashe (Manasse); Beta Yisrael (Dan); Pathanen (diverse stammen van Israël); Chiang-Min Joden, enz. In tegenstelling tot de tien stammen van Israël is het niet nodig om de Joden zichtbaar te maken. Zij zijn gemakkelijk te vinden en worden verzameld uit alle landen van de wereld. Heel het volk Israël gaat uiteindelijk terug naar Kanaän. (Zie: Excurs 5)

Hosanna, de Koning komt!
U, die nu leeft, bent getuige van verbijsterende gebeurtenissen. Van een voortdurend versnellen van de opmars van Gods Heil en de vervulling van alle profetie. Dat zal de wereld voorgoed veranderen. Niet Washington, Peking, Brussel of Moskou is het centrum van de wereld, maar Jeruzalem, de Godsstad. Heel lang geleden zag de Psalmist deze toekomst en zong (Psalm 2:4-6, N.B.G.-vertaling):

Die in de hemel zetelt, lacht; de HERE spot met hen. Dan spreekt Hij tot hen in zijn toorn, en verschrikt hen in zijn gramschap: Ik heb immers mijn Koning (Jezus) gesteld over Sion (Jeruzalem), mijn heilige berg!

Klik hier om een passage te lezen uit de bespreking van Hosea 3